|
Amazona auropalliata auropalliata
- geelnekamazone
Formaat:
De geelnek amazone heeft een formaat van
38 cm.
Ringmaat: 11 mm.
Geslachtsonderscheid:
M an
en pop zijn uiterlijk gelijk.
Beschrijving man en pop:
De
algehele lichaamskleur is groen.
Het voorhoofd, de teugels en de schedel zijn groen, waarbij
sommige vogels een smalle gele voorhoofdsband laten zien. De
soort heeft een gele nekband waarvan de breedte per vogel
varieert. De vleugelbocht is groen, bij sommige vogels met
enkele rode veertjes. De hand- en armpennen zijn aan de
buitenzijde en aan de punten violetblauw. Verder heeft
A. a.
auropalliata
een rode vleugelspiegel, die wordt gevormd door de vijf
buitenste armpennen. De staart is groen, aan de punt meer
geelgroen. De buitenste staartveren zijn aan de basis rood. De
naakte oogring is wit. De snavel is donkergrijs. De iris is
oranje en de poten zijn grijs.
Herkomst
en leefwijze
Het verspreidingsgebied van
A. a.
auropalliata
loopt van Noordwest- Costa Rica noordwaarts tot Oost- Oaxaca,
Zuid- Mexico.
Geelnekamazones leven
in tropische en subtropische bossen tot op een hoogte van 750 m.
Ook houden ze zich op langs bosranden en gebieden met laag
struikgewas. Ze leven hier paarsgewijs, in groepen of in zwermen
van meer dan honderd vogels. Op het heetst van de dag zitten ze
bij voorkeur in hoge bomen langs de oevers van de rivieren.
Hun
voedsel bestaat vooral uit vruchten, zaden, bessen, noten,
knoppen en bloesems van bomen. Als nestgelegenheid maken ze
gebruik van nestholten in hoge veelal afgestorven bomen en
palmen.
De voeding van geelnek amazones
De
dagelijkse voeding voor amazonepapegaaien dient grofweg uit drie
(gelijke) delen te bestaan en zou er als volgt uit kunnen zien:
1)
een goed
zaadmengsel voor papegaaien. Bij voorkeur zitten er in een
dergelijk mengsel ook palmnoten.
2) een
mengsel van gekiemd zaad, eivoer en universeel voer. Geef dit in
een verhouding van 1:1:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier
het eivoer en het universeel voer door gemengd worden. Verder is
het verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook
vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en
oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.
3)
een
mengsel van fruit (appel, peer, roze bottel, sinaasappel, druiven
e.d.) en groenvoer (o.a. wortel, tomaat, witlof, paprika,
andijvie e.d.).
Ook kan
bijvoorbeeld 2 keer per week een nat gemaakt en uitgekneed snee
bruinbrood gegeven worden. Vooral als er jongen zijn wordt hier
graag van gegeten. Verder dienen de vogels dagelijks vers
drinkwater aangeboden te krijgen waaraan eenmaal per week een
multivitamine wordt toegevoegd. In de periode dat er jongen zijn
dient de dagelijkse hoeveelheid voedsel sterk verhoogd te
worden. Door de voedselbehoefte van de jongen eten de
oudervogels dan een veelvoud van wat ze buiten de broedtijd
eten.
Huisvesting van geelnek amazones
Een goed
onderkomen voor een kweekkoppel amazonepapegaaien is een
binnenvolière van 2,5 x 2 x 2 meter (lxbxh) met daarin een
nestkast, een klimboom en wat (knaag)takken.
Bij
voorkeur heeft de binnenvolière nog een buitenvolière met een
afmeting van bijvoorbeeld 4 x 2 x 2 meter. In de binnenvolière
dient een verwarming aanwezig te zijn die er voor zorgt dat in
de koude (vochtige) maanden bij verwarmd kan worden tot een
binnentemperatuur van ongeveer 10 °C. Vanwege de sterke snavels
van de vogels is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of
aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste.
Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig
geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.
Kweken
met geelnek amazones
Als nestgelegenheid kan een van dik hout gemaakte nestkast of
een uitgeholde natuurstam worden gegeven. Deze dient een
bodemoppervlak te hebben van 30 x 30 cm. en een hoogte van 50
tot 60 cm. met een invlieggat van ongeveer 12 cm in doorsnee.
Ook nestblokken van andere afmetingen, bijvoorbeeld 80 x 40 x 40
cm, worden door de vogels wel geaccepteerd. Over het algemeen
zijn ze hier niet al te kieskeurig in.
Om
de vogels te helpen bij het in- en uitgaan van het blok is het
aan te raden de binnenzijde onder het invlieggat te voorzien van
een strookje gaas of krammen. Verder is het aan te bevelen een
inspectieluikje aan te brengen. Zorg er daarbij voor dat het
luikje vanaf de buitenzijde van de volière kan worden geopend.
Hiermee kan het broedproces worden gevolgd zonder de vogels al
teveel te storen. Bovendien hebt u dan minder of geen last van
hun agressieve gedrag.
Als
nestmateriaal kunnen bosgrond van naaldbomen, wilgenmolm of
houtkrullen worden gegeven (ca. 4 – 5 cm dik). Ook kan een dik
stuk vermolmd hout worden verstrekt. Dit wordt dan door de
vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima bodembedekking
ontstaat.
Als de
vogels broedrijp worden begint het gedrag van man en pop te
veranderen. Beide vogels worden dan luidruchtiger en
agressiever. Vaak al bij het benaderen van de volière is dit
merkbaar. Om te imponeren gaat dit veelal gepaard met het
uitvoeren van schijnaanvallen, en in extremere gevallen springen
de vogels tegen het gaas. In deze periode zal de man ook de pop
beginnen te voeren, hetgeen een duidelijk teken van
broedrijpheid is. Beide vogels zullen nu ook interesse gaan
tonen voor het nestblok en het duurt dan vaak niet lang of ze
zitten er regelmatig in.
Vaak is
bij de pop aan een dikker wordend achterlijf te zien dat er
eieren op komst zijn. Het legsel bestaat uit twee tot vier
eieren, een enkele keer vijf. Deze worden gewoonlijk om de dag
gelegd. Het komt echter ook regelmatig voor dat er drie dagen
tussen zitten. Veelal begint de pop na het leggen van het tweede
ei te broeden. Ze zal dan ook niet te vaak meer uit het nestblok
komen. Als de eieren bevrucht zijn zal na ongeveer 28 dagen het
eerste jong worden geboren. Voor de verzorger van de
soorten/ondersoorten die tijdens de broedperiode agressief
worden, wordt het nu nog moeilijker om de vogels te benaderen.
Op een leeftijd van veertien dagen moeten de jongen worden
geringd. Naarmate de jongen ouder worden, lijken de ouderdieren
nog agressiever te worden. Vooral als de jongen in de hand
worden genomen zal de opwinding cq. agressie groot
zijn. Belangrijk in deze periode is het verstrekken van
voldoende voedsel want naarmate de jongen groeien is er steeds
meer nodig. Op een leeftijd van ongeveer 60 dagen vliegen de
jongen uit. Alvorens ze zelfstandig zijn worden ze dan nog vier
tot zes weken (bij)gevoerd door de ouders. |
|