|
Formaat:
33 cm.
Ringmaat:
10 mm.
Geslachtsonderscheid:
man en pop zijn uiterlijk gelijk.
Man en
pop:
de algehele lichaamskleur is groen. Alle veren zijn licht zwart
gezoomd. Het voorhoofd en de teugel zijn wit. Het voorste deel
van de schedel, het gebied rond de ogen, de vleugelboeg en de
dijen zijn geel. De onderzijde van de wangen en de kin zijn
blauw. De groene borst- en buikbevedering is licht blauw bewast.
De handpennen en hand dekveren van de vleugels hebben een
violet blauwe buitenvlag. De vogels hebben een rode
vleugelspiegel, die wordt gevormd door de vier buitenste
armpennen. De staart is groen met een geelgroene punt. De basis
van de buitenste staartpennen is oranjerood. De snavel is
hoornkleurig, de iris is oranjerood en de poten zijn bruinachtig
grijs.
Herkomst
en leefwijze
Komen
voor langs enkele kuststreken van Venezuela en een paar eilanden
voor de kust. Verder komt hij voor op Bonaire. Hier leeft
hij vooral in het heuvelachtige noordwesten, op ongeveer een
kwart van het eiland.
Geelschouderamazones komen voor in open, droge gebieden en
savannen met een zanderige bodemstructuur waarop doornig
struikgewas, cactussen en lage boombestanden groeien.
Hun
voedsel bestaat vooral uit vruchten (o.a. cactusvruchten en
mango´s), peulen, bessen, bloemknoppen, bloemen en allerlei
zaden.
Bijzonderheden
Bij
de geelschouder amazone bestaan in het algemeen duidelijk
verschillen tussen individuele vogels; vooral in het wit en het
geel op de kop en in het geel van de vleugelboeg zit veel
variatie.
De
voeding van geelschouder amazones
De
dagelijkse voeding voor amazonepapegaaien dient grofweg uit drie
(gelijke) delen te bestaan en zou er als volgt uit kunnen zien:
1) een
goed zaadmengsel voor papegaaien. Bij voorkeur zitten er in een
dergelijk mengsel ook palmnoten.
2)
een
mengsel van gekiemd zaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in
een verhouding van 1:1:1. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier
het eivoer en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is
het verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook
vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en
oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.
3) een
mengsel van fruit (appel, peer, rozenbottel, sinaasappel, druiven
e.d.) en groenvoer (o.a. wortel, tomaat, witlof, paprika,
andijvie e.d.).
Ook kan
bijvoorbeeld 2 keer per week een nat gemaakt en uitgekneed snee
bruinbrood gegeven worden. Vooral als er jongen zijn wordt hier
graag van gegeten. Verder dienen de vogels dagelijks vers
drinkwater aangeboden te krijgen waaraan eenmaal per week een
multivitamine wordt toegevoegd. In de periode dat er jongen zijn
dient de dagelijkse hoeveelheid voedsel sterk verhoogd te
worden. Door de voedselbehoefte van de jongen eten de
oudervogels dan een veelvoud van wat ze buiten de broedtijd
eten.
Huisvesting van geelschouder amazones
Een goed
onderkomen voor een kweekkoppel amazonepapegaaien is een
binnenvolière van 2,5 x 2 x 2 meter (lxbxh) met daarin een
nestkast, een klimboom en wat (knaag)takken.
Bij
voorkeur heeft de binnenvolière nog een buitenvolière met een
afmeting van bijvoorbeeld 4 x 2 x 2 meter. In de binnenvolière
dient een verwarming aanwezig te zijn die er voor zorgt dat in
de koude (vochtige) maanden bij verwarmd kan worden tot een
binnentemperatuur van ongeveer 10 °C. Vanwege de sterke snavels
van de vogels is een metalen volière (bijvoorbeeld van ijzer of
aluminium) omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste.
Ook de eet- en drinkbakken dienen van metaal te zijn en zodanig
geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien.
Kweken
met geelschouder amazones
Als
nestgelegenheid kan een van dik hout gemaakte nestkast of een
uitgeholde natuurstam worden gegeven. Deze dient een
bodemoppervlak te hebben van 30 x 30 cm. en een hoogte van 50
tot 60 cm. met een invlieggat van ongeveer 12 cm in doorsnee.
Ook nestblokken van andere afmetingen, bijvoorbeeld 80 x 40 x 40
cm, worden door de vogels wel geaccepteerd. Over het algemeen
zijn ze hier niet al te kieskeurig in. Om
de vogels te helpen bij het in- en uitgaan van het blok is het
aan te raden de binnenzijde onder het invlieggat te voorzien van
een strookje gaas of krammen. Verder is het aan te bevelen een
inspectieluikje aan te brengen. Zorg er daarbij voor dat het
luikje vanaf de buitenzijde van de volière kan worden geopend.
Hiermee kan het broedproces worden gevolgd zonder de vogels al
teveel te storen. Bovendien hebt u dan minder of geen last van
hun agressieve gedrag.
Als
nestmateriaal kunnen bosgrond van naaldbomen, wilgenmolm of
houtkrullen worden gegeven (ca. 4 – 5 cm dik). Ook kan een dik
stuk vermolmd hout worden verstrekt. Dit wordt dan door de
vogels geheel stuk geknaagd waardoor een prima bodembedekking
ontstaat.
Als de
vogels broedrijp worden begint het gedrag van man en pop te
veranderen. Beide vogels worden dan luidruchtiger en
agressiever. Vaak al bij het benaderen van de volière is dit
merkbaar. Om te imponeren gaat dit veelal gepaard met het
uitvoeren van schijnaanvallen, en in extremere gevallen springen
de vogels tegen het gaas. In deze periode zal de man ook de pop
beginnen te voeren, hetgeen een duidelijk teken van
broedrijpheid is. Beide vogels zullen nu ook interesse gaan
tonen voor het nestblok en het duurt dan vaak niet lang of ze
zitten er regelmatig in.
Vaak is
bij de pop aan een dikker wordend achterlijf te zien dat er
eieren op komst zijn. Het legsel bestaat uit twee tot vier
eieren, een enkele keer vijf. Deze worden gewoonlijk om de dag
gelegd. Het komt echter ook regelmatig voor dat er drie dagen
tussen zitten. Veelal begint de pop na het leggen van het tweede
ei te broeden. Ze zal dan ook niet te vaak meer uit het nestblok
komen. Als de eieren bevrucht zijn zal na ongeveer 28 dagen het
eerste jong worden geboren. Voor de verzorger van de
soorten/ondersoorten die tijdens de broedperiode agressief
worden, wordt het nu nog moeilijker om de vogels te benaderen.
Op een leeftijd van veertien dagen moeten de jongen worden
geringd. Naarmate de jongen ouder worden, lijken de ouderdieren
nog agressiever te worden. Vooral als de jongen in de hand
worden genomen zal de opwinding cq. agressie groot
zijn. Belangrijk in deze periode is het verstrekken van
voldoende voedsel want naarmate de jongen groeien is er steeds
meer nodig. Op een leeftijd van ongeveer 60 dagen vliegen de
jongen uit. Alvorens ze zelfstandig zijn worden ze dan nog vier
tot zes weken (bij)gevoerd door de ouders. |
|