Groenvleugel ara

 

Verspreiding:

De groenvleugelara heeft zijn verspreidingsgebied van Oost-Panama, Noordwest-Colombia ten oosten van het Andesgebergte en Venezuela tot Guyana. Verder zuidelijk tot aan de provincies Paraná en Mato Grosso in Brazilië en in Noordoost-Bolivia, Paraguay en Noord-Argentinië. 

Grootte:

De groenvleugelara is ongeveer 90 cm. groot.

Geslachtsonderscheid:

In algemene zin heeft de man vaak een bredere snavel en een wat grotere en plattere kop. Ook is de man vaak wat forser van formaat. Toch is de enige zekerheid om achter het geslacht van de vogels te komen een endoscopisch- en of een DNA onderzoek.

Omgevingstemperatuur:

Groenvleugelara's kunnen in een voličre met een vorst- en tochtvrij nachtverblijf overwinteren. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een te verwarmen binnenverblijf aan te raden is zodat bij te lage temperaturen bijverwarming mogelijk is.

Voeding:

De dagelijkse voeding voor groenvleugelara’s dient grofweg uit drie (gelijke) delen te bestaan:

  1. een goed zaadmengsel voor papegaaien aangevuld met diverse soorten (hele) noten, o.a walnoten, amandelen, hazelnoten.

  2. een mengsel van kiemzaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een verhouding van 2 delen kiemzaad (droog!), 2 delen eivoer  en 1 deel universeelvoer. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het eivoer en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is het verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.

  3. een mengsel van fruit (appel, peer, sinaasappel) en groenvoer (o.a. wortel, tomaat, witlof e.d.).

Ook kan bijvoorbeeld 2 keer per week een nat gemaakt en uitgekneed snee bruinbrood gegeven worden. Verder dienen de vogels dagelijks vers drinkwater aangeboden te krijgen waaraan eenmaal per week een mutivitamine kan worden toegevoegd.

Kweek:

Er kan gekweekt worden met deze vogels in een binnenvoličre van bijvoorbeeld 2,00 x 2,50 x 2,00 meter hoog. Omdat vrijwel niets opgewassen is tegen de sterke snavels van deze vogels is een ijzeren voličre omspannen met een zware kwaliteit gaas een vereiste. Ook de eet- en drinkbakken dienen van ijzer te zijn en zodanig geplaatst te worden dat de vogels ze niet kunnen omgooien. Als nestgelegenheid kan een nestblok gegeven worden met een afmeting van 60 x 70 x 100 cm hoog en een invlieggat van ca. 22 cm. Het nestblok dient bij voorkeur dikwandig (2,5 cm) en van hardhout te zijn. Als nestmateriaal kan een dikke laag houtkrullen vermengd met potgrond en of turf op de bodem van het nestblok worden aangebracht. Gemiddeld worden 2 tot 3 eieren gelegd die alleen door de pop worden bebroed. Tussen het leggen van de eieren kunnen soms tussenpozen zitten van 2 tot 6 dagen. Na het leggen van het 1e ei duurt het ongeveer 28 dagen voor deze uitkomt. De jongen openen de ogen op een leeftijd van ca. 4 weken. Na 12 weken zitten ze geheel in de veren en na ongeveer 13 weken verlaten ze het nestblok. Hierna worden ze nog 4 tot 5 weken door de oudervogels (bij)gevoerd.